Centrale coherentie – Frith (1989)

Centrale coherentie – Frith

Het filteren van informatie bij binnenkomst

Centrale coherentie gaat over het waarnemen van prikkels en hoe deze worden gefilterd.

Bij een matige centrale coherentie worden prikkels minder of niet gefilterd. Daardoor zijn veel details zichtbaar, in plaats van het grote geheel. De volgende autistische kenmerken worden toegeschreven aan de centrale coherentie:

  1. Detailwaarneming of fragmentarisch waarnemen. Dat is bijvoorbeeld alleen de taalfout horen in iemands zin, maar de inhoud van het verhaal volledig missen en dan op dat éne detail reageren, waardoor de ander je wat vertwijfeld aankijkt
  2. Het niet kunnen lezen van gezichten of lichaamstaal. Hiervoor is het namelijk belangrijk dat je het geheel ziet, bijvoorbeeld dat iemand boos is, in plaats van alleen de pukkel op iemands neus.
  3. Het zorgt voor een hang naar het vertrouwde, en naar veiligheid. Tics, routines, en verzet tegen veranderingen komen hieruit voort.

 

De wetenschapper Uta Frith gaat ervan uit dat doordat er minder verbindingen zijn in de hersenen van autisten, de “interne regisseur” minder goed werkt. De interne regisseur zou in “normale” hersenen het totaaloverzicht hebben over het geheel. Het ontbreken van de interne regisseur noemt zij “het ontbreken van het zelf”. Dit ontbrekende zelf leidt ertoe dat autisten leven in extremen.

Op basis van deze gedachte (of voorafgaand aan deze gedachte) bestaan er voor autisme drie gangbare theoretische verklaringsmodellen (zie onderaan voor verdere beschrijving van deze modellen):

Maar… Het is niet zo dat autisten minder bedrading hebben, zeggen de critici van deze “interne regisseur”-theorie. Autisten hebben een andere bedrading. En zelfs die andere bedrading is volgens anderen niet aan de orde.

Wat ik niet herken aan de theorie van Uta Frith is het ontbreken van een interne regisseur. Als ik voor mezelf spreek, heb ik niet het idee dat er geen innerlijke directeur is. Laat staan het ontbreken van het zelf. Ik hoor mijn kleuterjuf nog zeggen “wat in jouw hoofd zit, zit nergens anders”. Of collega’s bij mijn afscheid van mijn studentenbaantje (na drie jaar) “jij bent heel eigenwijs, heel eigen en heel wijs :)”.

Wat ik wel herken is de rigiditeit, en het perfectionisme die aan die extremen ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld het sparen en oppotten dat door haar wordt genoemd. Aan sommige dingen (voorheen kleding) gaf ik geen cent teveel uit, terwijl ik aan andere dingen (schoenen) heel makkelijk veel geld uitgeef. Dat komt omdat kleding je lichaam moet bedekken, en goede schoenen belangrijk zijn voor je rug. Er zitten rigide gedachten achter. En rigide vaardigheden. Ik ben een snelle denker en een langzame doener. Na de gym altijd als aller allerlaatste klaar, met rekenwerkjes altijd als eerste klaar.

Daarin zou ik nog wel met Uta mee willen gaan, dat door dikkere en dunnere bedrading op diverse plekken er sprake is van extreme vaardigheden, waardoor mensen met autisme in extremen zitten. Nu ik er zo over nadenk, van de meeste tegenstellingen heb ik beide extremen in me.

Maar of alle extremen zo verklaard kunnen worden, ik weet het niet. Sommige andere verklaringen lijken zoveel logischer, maar verklaren slechts één aspect (bijvoorbeeld perfectionisme verklaart het alles of niets doen bij ordenen en opruimen).

De dualiteit herken ik. ‘Een open boek zijn’ en ‘stille wateren hebben diepe gronden’ heb ik allebei vaak gehoord over mij. Dat is wat Henny Struik in haar boek ´Niet ongevoelig´ beschrijft als het “half expressief/half gesloten type”. Ik vond het verrassend om te ontdekken dat ik een introvert iemand ben, voor mijn diagnose al, omdat ik toen niet begreep hoe dat te rijmen is met mijn expressiviteit. Daarin kan ik iedereen het boek ‘Niet ongevoelig’ aanraden.

Om nog wat voorbeelden te geven: mijn werkplek is de meest geordende van het hele gebouw. Mijn huis is, nou ja, shame! Dat heeft eerder te maken met een vreemd soort perfectionisme en met fragmentarisch waarnemen (wat ik dus blijk te doen, volgens anderen). Mijn bureau is een kleine plek, waar alleen ik zit. Die kan ik overzichtelijk ordenen en bijhouden. Mijn huis is groot, en bewoond met drie anderen, dat ga ik nooit voor elkaar krijgen.

Het enige andere puntje waar ik het niet mee eens ben, is met de controle. Ik denk dat deze in tegenstelling tot de andere tegenstellingen functioneel is. Controle is een stressregulatie-mechanisme en is volgens mij gekoppeld aan onder- en overprikkeling, aan stress-regulatie.

Verder geloof ik wat autisme betreft steeds meer in tegenstellingen en in vicieuze cirkels die doorbroken moeten worden.

In de categorie ‘Autisme theorieën’:

Een regenboog aan leeftijden – Delfos

Een regenboog aan leeftijden – Delfos

Contextblindheid - Vermeulen

Contextblindheid – Vermeulen

Leven in extremen: autisme-theorieën

Leven in extremen: autisme-theorieën

Centrale coherentie – Frith

Centrale coherentie – Frith

Executieve functies – Ozonoff

Executieve functies – Ozonoff

Theory of Mind (ToM) – Baron Cohen

Theory of Mind (ToM) – Baron Cohen

Filed under: