Uitsluiting – pestgedrag begrijpen

Alle mensen met autisme die ik ken zijn ooit gepest geweest”,

zei de psychologe en ze knikte me vriendelijk toe. Ik sloeg mijn rugzak om en liep weg. Een klein zinnetje, als troost bedoeld, aan het einde van de sessie. (Bijna) alle mensen met autisme zijn ooit gepest geweest. Hoe komt dat? En wat zijn daarvan de gevolgen?

Mensen die afwijken van de norm worden door ‘groepsdruk’ gedwongen zich aan te passen

Pestgedrag heeft te maken met groepsdruk. Elke groep streeft ernaar om het gedrag van de groepsleden te veranderen, zodat het overeenkomt met het normgedrag van de groep. In verreweg de meeste groepen, de klas, sportclubjes, buurtkinderen, liggen de groepsnormen dichtbij wat wij neurotypisch gedrag noemen. Autisme uit zich als een afwijking op dit normgedrag, waardoor er van jongs af aan door allerlei groepen druk wordt uitgeoefend op de persoon met autisme om het gedrag aan te passen. Wanneer het gedrag niet wordt aangepast, volgen er (onuitgesproken) sanctionerende maatregelen, pestgedrag en tenslotte uitsluiting.

Minder sociale vaardigheden maken het pesten makkelijker

Ten tweede wijken mensen met autisme juist af in de sociale interactie en in de communicatie. Dit is niet alleen de reden waarom er gepest wordt, dit maakt dat er makkelijk gepest kan worden. Mensen met autisme zijn kwetsbare mensen, al is dat niet altijd aan de buitenkant zichtbaar. Ze zijn slecht in staat om voor zichzelf op te komen, om interacties en sociale situaties op het moment zelf te doorzien, om adequaat te reageren. Bovendien zijn mensen met autisme over het algemeen gevoeliger, omdat alle informatie, ook pestgedrag, ongefilterd binnen komt. En alsof dat allemaal niet genoeg is, staan ze er alleen voor, omdat ze anders zijn, omdat het anders zijn op zichzelf al een vorm van uitsluiting is.

Uitsluiting is een zelfbeeld-ondermijnende vorm van mishandeling, met gevolgen. Het leidt tot littekenweefsel in de hersenen. Jongvolwassenen die als kind zijn mishandeld hebben een kleinere linker hippocampus, en daarmee een vergrote kans op PTSS, depressies en angststoornissen. Dat zijn tevens de meest voorkomende comorbiditeiten van autisme.

Door pesten ontwikkelt iemand nog minder sociale vaardigheden, en komt in een vicieuze cirkel terecht

Diezelfde hippocampus, zo blijkt uit ander onderzoek, is belangrijk om compassie te kunnen voelen, om de verbinding met anderen aan te kunnen gaan. Boeddhistische monniken die zich hebben getraind in compassievolle meditatie bleken onder een MRI-scan een vergrote hippocampus te hebben. Waarmee personen met autisme in een vicieuze cirkel lijken te zitten: doordat ze afwijken van de norm zijn ze vaak slachtoffer van pestgedrag, waardoor hun hippocampus kleiner is, waardoor ze minder in staat zijn om zich verbonden te voelen met anderen, minder het gewenste gedrag aanleren en duidelijker afwijken, waardoor ze vaker slachtoffer zijn van pestgedrag.

Filed under: