Wat als autisme niet bestaat? – louter als gedachtegang

Wat als autisme niet bestaat? – louter als gedachtegang

Even vooropgesteld – Ja, ik heb autisme! Onmiskenbaar.

En ik ben blij met mijn label, blij met de kennis die ik daardoor heb kunnen verzamelen, blij met alles wat ik geleerd heb doordat ik dat label heb, zodat mijn leven er beter op is geworden, vrolijker, rustiger, lichtvoetiger. Veel beter! Ik zou mijn label in die zin niet willen missen. Toch wil ik deze gedachtegang maken, als oefening, als uitdaging:

Autisme is een afwijking van de norm op sociale communicatie en repetitief, beperkt gedrag.

Tenzij we allemaal hetzelfde zijn, waarmee de soort zou uitsterven, zijn er dus per definitie mensen met autisme. In die zin is autisme een definitiekwestie en bestaat bij gratie van de definitie.

Wat als we de definitie bijstellen? Wanneer we diversiteit aanvaarden als voorwaarde voor de overleving van de soort. Dat er verschillende Enneagram-types zijn, of Belbin-types, en dat je al deze types nodig hebt om optimaal te kunnen functioneren als samenleving.

Wat blijft er dan over?

Niet meer dan de last die wij ervaren door de afwijking ten opzichte van de norm. Een zelfde last die bijvoorbeeld hoogbegaafden ervaren (tenslotte is hoogbegaafdheid niets anders dan een afwijking van de norm, en zegt evenmin iets over absolute intelligentie).

Plus de last die gelegen is op de specifieke punten waarop wordt afgeweken, namelijk sociale communicatie en repetitief, beperkt gedrag.

Deze laatste last staat los van de eerste. Mensen die minder afwijken van de norm kunnen meer last hebben van deze specifieke punten. Waardoor ergens, volgens mij, de definitie op losse schroeven komt te staan.

Dus wat als we de definitie loslaten. Dat we aanvaarden dat iedereen soms last heeft van stress, en sommigen iets vaker. Dat we daarom stress management onderdeel maken van onze opvoeding, of onderwijs. Het herkennen van stress-signalen bij jezelf en bij anderen.

Dat we aanvaarden dat er woorddenkers zijn, maar ook beelddenkers en patroon denkers. Dat we ons onderwijs daar meer op inrichten (gek genoeg twintig jaar geleden zo geleerd op de lerarenopleiding, maar in de praktijk bieden we op de meeste scholen nog steeds al het lesmateriaal op één manier aan).

En wat als we aanvaarden dat sommige kinderen beter zijn in sociale communicatie, en daardoor meer beloond worden waardoor ze er nog beter in worden, en dat onderliggende gedachten de andere kinderen hierin kunnen helpen. Waarom leren we dat soort dingen niet standaard aan onze kinderen?

Wat als we autisme als definitie afschaffen en elkaar empoweren met de meest basale hulpmiddelen? Hoe zou de wereld er dan uit gaan zien?

In de categorie ‘Wat als autisme niet bestaat’:

Wat als autisme niet bestaat? – louter als gedachtegang

Wat als autisme niet bestaat? – louter als gedachtegang

Wat als autisme niet bestaat – De Bell-curve

Wat als autisme niet bestaat – De Bell-curve

Zonder de ander, geen autisme

Zonder de ander, geen autisme

Filed under: