Archief

studeren met autisme

Studeren met autisme

Studeren is voor velen een uitdaging.

Voor mensen met een autismespectrumstoornis kan studeren nog extra moeilijkheden geven. Maar het heeft zeker ook leuke kanten; uitgebreid mogen lezen en leren over een (semi-)zelfgekozen onderwerp kan voor sommige autisten juist heerlijk zijn.

Deze bijdrage is geschreven door Mandy, een studente met autisme. Wil jij ook een inhoudelijke bijdrage leveren? Mail info@succesvolautisme.eu

Studeren met autisme, of zonder autisme, bestaat uit verschillende fases, en het kan zinvol zijn om echt naar het moment te kijken en dus niet teveel te piekeren over wat er daarna nog gaat komen.

Het kiezen van een studie

De eerste fase bestaat uit het kiezen van een studie. Voor iedereen is het natuurlijk belangrijk om een studie te kiezen die bij je past. Maar als je autisme hebt zijn er nog extra factoren om naar te kijken. Zit je bij een studie vast aan een vast traject? Moet je verplicht een X-aantal studiepunten halen in het eerste jaar om ‘over’ te mogen? Is het een grote opleiding met massale colleges? Dit zijn allemaal vragen die extra belangrijk zijn als het voor jou nodig is om een eigen traject te volgen waarbij je niet alle vakken tegelijk hoeft te doen, of wanneer je slecht tegen menigten kan. Ga in deze eerste fase vooral eens langs de studieadviseur, hier kun je vaak al een afspraak maken voordat je überhaupt een universiteit of studie gekozen hebt.

De bachelor-fase

De tweede fase is het studeren zelf. Of je nou voor een populaire en dus vaak massale studie kiest of een opleiding hebt gekozen die wat minder druk bezocht wordt, hoorcolleges zijn er altijd. Voor studenten met autisme kunnen deze hoorcolleges lastig te volgen zijn door eventuele concentratieproblemen en door het aantal medestudenten in de zaal. Daarnaast zijn er de werkcolleges, deze zijn vaak in een kleiner groepsverband, maar het contact met de andere studenten is daardoor wel belangrijker. Enkele tips om prettig naar en door je colleges te komen:

  • Als je overgevoelig bent voor geluid en/of licht, zorg er dan voor dat je onderweg naar het college oordoppen en/of een zonnebril draagt. Vaak moet je je een weg banen door vele andere studenten om bij de juiste zaal te komen, door hier op tijd op in te spelen kom je niet overprikkeld aan bij het college.
  • Kies een vaste plek uit in de zaal, op een plek waar jij je prettig voelt. Dat kan helemaal voorin zijn (mijn persoonlijke keuze), waar je niemand voor je hebt en je de docent goed kunt zien. Aan de zijkant of achterin kan ook een goede keuze zijn, al kan het achterin soms wel wat rumoerig zijn. Middenin de zaal zal voor velen met autisme een te drukke plek zijn, maar bedenk vooral wat jij wel en niet prettig vindt.
  • Zorg dat je de docenten leert kennen. Stel vragen als je iets niet begrijpt en maak in de pauze of op een ander moment eens een praatje met de docent. Als je het maken van praatjes moeilijk vindt is het misschien makkelijker om je hierbij te focussen op de stof van dat college. Mocht je nu of in de nabije toekomst tegen een probleem aanlopen met je studie, dan kun je dit makkelijker bespreken met deze docent.
  • Als je het in de werkcolleges lastig vindt om in de groep wat bij te dragen, bespreek dit dan ook met je docent. Als deze weet waardoor het komt (dat kan zijn in verband met je autisme, maar je kunt ook het probleem omschrijven zonder je diagnose te noemen als je dat prettiger vindt), zal hij/zij het beter kunnen plaatsen en niet denken dat je je niet goed inzet.
  • Blijf contact houden met de studieadviseur. Mocht je vertraging oplopen door je autisme dan kun je vaak een financiële compensatie hiervoor aanvragen. Daarvoor is het vaak wel nodig dat je kunt bewijzen regelmatig contact te hebben gehad met de studieadviseur. Naast deze financiële reden kan de studieadviseur je natuurlijk ook erg goed helpen met, nou, advies.
  • Laat een onderwijscontract opstellen dat bij jou past. Ook hiervoor moet je bij de studieadviseur zijn. Denk hierbij aan het gebruik van een laptop tijdens colleges en tentamens, de gelegenheid om je tentamens in een niet-massale of individuele ruimte te mogen maken, toestemming om noise-cancelling headphones te mogen gebruiken tijdens een tentamen, extra tijd, etc. Er is vaak veel mogelijk op een universiteit, mits je het maar op tijd bespreekt.
  • Onderschat de hulp van medestudenten niet. Blijkt het voor jou (soms of altijd) onhaalbaar om een druk hoorcollege te volgen? Zorg dan dat je aantekeningen van een medestudent kan krijgen. Is een opdracht onduidelijk geformuleerd? Vraag een medestudent om verheldering. Mocht dit niet voldoende zijn, neem dan contact op met je docent.

Werken of master?

Na de drukke fase van je bachelor kun je ervoor kiezen om te gaan werken, of om een master te gaan volgen. Hier is vaak meer ruimte voor persoonlijk contact omdat er minder studenten zijn, maar aan de andere kant wordt er ook verwacht dat je steeds zelfstandiger kunt werken. Hierbij is het heel belangrijk om alles goed te plannen. Als je hier moeite mee hebt kun je een medestudent, een docent of de studieadviseur vragen om je te helpen.

Soms biedt de universiteit de hulp die jij nodig hebt niet aan. Soms hebben ze vooraf mooie praatjes, maar komt er uiteindelijk niets van terecht. Daarom is het nuttig om meer mensen in je netwerk te hebben die jou wanneer nodig kunnen helpen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vrienden, je ouders, een broer of zus, een medestudent, je behandelaar of je begeleider.

Voor mij is mijn studententijd echt met ups en downs verlopen. De bachelor was druk en de overgang naar de universiteit was groot. Contact met medestudenten vond ik erg lastig, en anderen om hulp vragen al helemaal. In mijn eerste jaar heb ik daarom ook slechts 5 vakken (in plaats van de gangbare 8 vakken) gevolgd en afgerond. Vandaar ook mijn eerste tip om echt naar het moment te kijken en niet teveel te piekeren over wat nog komen gaat. Check of je je goed voelt bij wat je doet, en doe niet meer dan je aankunt. Als je op je eigen tempo een opleiding kunt doorlopen, dan is daar niets mis mee. Belangrijk is om je hierbij niet te vergelijken met anderen met of zonder een autismespectrumstoornis. Uiteindelijk gaat het erom dat jij zoveel mogelijk kennis en vaardigheden leert.

Meer lezen en weten over dit onderwerp:

Uitgebreide informatie over studeren met autisme is te vinden op de site van de NVA:

NVA studeren met autisme

Op de site van Handicap + studie:

studeren met autisme

De meeste universiteiten en hogescholen hebben informatie over studeren met autisme, bijvoorbeeld:

Universiteit Leiden studeren met autisme

rugr_logonl_rood_rgb

HvA studeren met autisme

Kernkwaliteiten van Ofman

Je kwaliteiten ontdekken én interacties begrijpen

De kernkwaliteiten van Ofman hebben mij geholpen om interacties te begrijpen, wanneer gedragingen en standpunten van anderen en mijzelf in conflict waren.

Het mooie van de kernkwadranten is dat wat storend is in de ander, uiteindelijk leidt naar je eigen kwaliteiten. En naar de kwaliteiten van de ander. Het is een model waar beide partijen door kunnen groeien.

Kernkwadrantenkwadraat

Een voorbeeld: ik richt mijn werk heel efficiënt in. Dat is handig, omdat ik moeite hebt met schakelen, veranderingen en prikkelverwerking (dat wist ik toen nog niet). De collega met wie ik samenwerkte was erg van het netwerken. Dan deed hij dit, hield een praatje met zus, deed hij dat, hield en praatje met zo. Echt helemaal gek werd ik van hem. En hij van mij . Totdat ik de kernkwadranten-app op mijn ipad installeerde, en voor deze situatie inzag dat het inderdaad tegengestelde kwaliteiten waren.

De interactie was verder duidelijk. Volgens mij gaat het mis waar de interactie niet duidelijk is en er onuitgesproken belangen en verborgen agenda’s meespelen.

Mijn hele omniversum is in patronen gevat, en als de patronen, onbewust, niet meer kloppen, dan begin ik daar heel hard tegen aan te trappen om het linksom of rechtsom in die patronen terug te krijgen. Daarom vergis ik mij soms in mensen. En dan is kunnen de kernkwaliteiten van Ofman daarin duidelijkheid en rust brengen.

Autisten zijn over het algemeen inflexibel. Dat is de doorgeschoten variant van standvastig of stabiel. Naast stabiel zijn ze vaak loyale harde werkers, en ze leveren een constante kwaliteit van werk. Een kleine greep uit de stereotype kwaliteiten van autisten

  • eerlijk
  • integer
  • analytisch
  • nauwkeurig
  • perfectionistisch
  • gevoelig
  • intuïtief
  • gestructureerd
  • consequent
  • standvastig
  • toegewijd
  • loyaal
  • ruimhartig

Bekijk een grotere lijst met algemene kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën

 http://www.angenent.biz/krekelautismecoaching/images/poster.jpg

Intrinsieke motivatie

Een ongekende drive

Waarom werk ik alleen op intrinsieke motivatie? Waarom werk ik sowieso op intrinsieke motivatie, en val ik stil bij te veel extrinsieke motivatie? Hoe komt dat en hoe kan dat? Is hier een wetenschappelijke verklaring voor?

Kinderen met autisme zijn minder gevoelig voor beloning en straffen, blijkt uit onderzoek. Dat zou erop kunnen wijzen, dat kinderen met autisme minder goed extrinsiek te motiveren zijn.

Uit Wikipedia:

Volgens de zelfbeschikkingstheorie is extrinsieke motivatie de motivatie die ontstaat vanuit een externe bron, bijvoorbeeld het vooruitzicht op een beloning of een straf bij een bepaalde handeling. Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie vanuit de persoon zelf. Deze handelt niet om een externe beloning te bemachtigen of een straf te ontkomen, maar vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit op het moment zelf of voor het behalen van een doel in de toekomst[2]. Metaforisch beschreven: bij intrinsieke motivatie draait het om het spel, en bij extrinsieke motivatie om de knikkers.

Intrinsieke motivatie is benodigd om in een zogenaamde flow te raken.

Verschillende wetenschappelijke onderzoeken wijzen op verschillen tussen gedrag dat ontstaat vanuit extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn voor een bepaalde handeling vertonen volgens wetenschappelijke onderzoeken[2]:

  • Een hoger concentratieniveau
  • Meer creativiteit. Dit zou onder andere komen door een verhoogd concentratieniveau, hogere bereidheid tot het nemen van risico’s, het speelser zijn en het flexibeler verkennen van cognitieve paden[3]
  • Grotere gevoelens van zelfcompetentie en trots
  • Meer plezier tijdens het uitvoeren van hun taak

Extrinsieke motivatie kan niet intrinsiek gemotiveerde mensen in beweging brengen. Een nadeel is echter dat het vooruitzicht op een beloning of straf moet blijven bestaan, anders werkt de extrinsieke motivatie niet. Intrinsieke motivatie kan onafhankelijk van externe invloeden plaatsvinden en kan in bepaalde opzichten dus als duurzamer gezien worden. Ten voorbeeld: een leerling die door nieuwsgierigheid intrinsiek gemotiveerd is om te leren, zal ook doorgaan met leren als de strenge docent het lokaal uitloopt.

Veel van de verklaringen die gegeven worden voor de intrinsieke motivatie zijn ‘nurture’. Maar nurture verklaart niet alles. Het verklaart niet waarom kinderen met autisme niet te motiveren zijn met ‘moeten’, noch door te straffen, noch door te belonen. En het verklaart niet mijn enorme weerstand wanneer ik ergens toe gedwongen word, zelfs als dit taken zijn die ik leuk vind en doorgaans uit mezelf doe.

Het kan niet anders, of een deel ligt in de ‘nature’. The obvious, dat extrinsieke motivatie (moeten) een consequentie (beloning/straf) in de toekomst heeft, terwijl het verband dat NT-ers proberen te leggen niet het verband is dat autisten leggen, wegens een afwijkende ToM, contextblindheid of welke schone termen daaraan gegeven worden. Mensen met autisme koppelen doorgaans een ‘uitgestelde’ beloning of straf niet aan het gedrag van dit moment. Er ontstaat zo geen relatie tussen gedrag en beloning, wat de basis is van extrinsieke motivatie.

Deze ideeën worden vrij duidelijk uitgelegd in deze presentatie:

Motiveren bij mensen met autisme – Autisme Centraal

“Geen druk & niets moeten” is niet zomaar een gevoel, mijn gevoel zegt dat dat symptomatisch is, dat dat heel dicht tegen de kern aan ligt van wat we autisme noemen.

Elk nadeel heb zn voordeel

Zwart/wit bestaat niet

De voordelen van autisme zijn misschien wel even subjectief als de nadelen. Ik ervaar zelf veel voordeel van mijn autisme. Bijvoorbeeld (en de lijst is eindeloos):

  1. Doordat ik recht door zee ben en altijd op dezelfde manier reageer (rigide) ben ik goed voorspelbaar voor anderen. Mijn partner en kinderen vinden dit fijn, omdat het een vorm van veiligheid is (aldus bij navraag)

  2. Door mijn autisme heb ik een goed oog voor details. In nagenoeg alle kunstuitingen gaat het om details. Of zoals schrijvers zeggen: God zit in de details. 

  3. Door mijn autisme ben ik zeer gestructureerd en kan ik goed gestructureerd denken, waardoor ik makkelijk situaties en problemen analyseer

  4. Door mijn autisme sta ik ver af van conventies en mis ik meestal “wat hoort”, waardoor ik vaak met verrassende oplossingen en ideeën voor de dag kom (het out of the box-denken)

  5. Doordat alle prikkels bij mij sterk binnen komen ruik ik in een vroeg stadium wanneer mijn kinderen iets onder de leden hebben en kan ik tijdig maatregelen nemen, waardoor ze zelden ziek zijn

  6. Door mijn autisme en mijn afkeer van veranderingen doe ik zeer lang met mijn vriendschappen en met mijn werkgevers

Enzovoort. 

Veel hangt af van wat er verder op je pad komt/is gekomen. Het autisme zelf is niet de enige factor die bepaalt hoe we zijn. We zijn zoveel meer nog dan ons autisme.

Wat de nadelen van autisme betreft, ik vind niet zoveel dingen erg aan mezelf, ben redelijk tevreden. 

  1. Meer energie hebben is wel een wens

  2. Beter kunnen loslaten en niet overal in blijven hangen terwijl de rest al zeven stappen verder is, staat ook op mijn verlanglijstje

  3. Weten wanneer de ander is uitgesproken had me een fijne vaardigheid geleken. Maar ja, je kan niet alles hebben.