Archief

Bestaansrecht

Mijn autisme-diagnose ervaar ik als handig. Het geeft mij een handreiking over hoe ik het beste met mezelf om kan gaan. Het verklaart een deel van mijn gedrag, een deel waar ik mij bij tijd en wijle flink schuldig en rot over heb gevoeld. En niet in de laatste plaats is mijn diagnose zinnig voor mijn omgeving.

Gepubliceerd in de ‘Heraut’ juni 2016

Daarnaast lijkt het ergens in een autisme-diagnose te gaan over bestaansrecht. Hoewel ik zelf vooral een enorme opluchting heb ervaren door een fase van ‘ontschuldiging’ (ik bedoel het niet rot, het komt alleen zo rottig mijn strot uit), lijken vooral vrouwen met een normale of hogere intelligentie een fase van ‘bestaansrecht’ door te maken.

Vrouwen die blij en opgelucht reageren, omdat ze eindelijk weten ‘wie ze zijn’. Geldt dat ook voor mij? Ik heb dit niet gezegd, en niet zo gevoeld, denk ik. Wanneer ik zo’n opmerking hoor, kan ik erg opstandig worden in mijn reactie. Is dat omdat er iets van waarheid zit in? Omdat ik het herken? Of omdat ik het helemaal niet herken, en daarom denk dat zij een ander soort autisme hebben dan ik?

Begrepen

Hoe kan iemand na een autisme-diagnose ineens ‘weten wie ze is’, zich eindelijk begrepen voelen? Heb ik mij voor mijn diagnose onbegrepen gevoeld? Voel ik mij nu meer begrepen? En waar ligt de scheidslijn tussen mij begrepen voelen en begrepen worden?

Ik vind het moeilijk om daar eerlijk naar mezelf toe over te denken. Er schuilt iets van trots in me ‘begrepen voelen’. Alsof mensen die anderen beter begrijpen meer waard zijn, slimmer zijn, meer mens zijn. En het is ongrijpbaar. Want hoe meet ik of ik een ander begrijp of dat een ander mij begrijpt. Aan de andere kant, soms kan ik anderen zodanig niet begrijpen, dat het tot hilarische situaties leidt. Ergens tussen ‘iedereen voelt zich weleens zo’ en ‘autisme’ ligt een grens.

Dat ik een ander beeld heb van mezelf dan van anderen, omdat ik alleen van mijzelf mijn diepste gedachten en gevoelens ken, dat is inherent aan het mens-zijn. Dat ik tijdens een borrel een collega die tot vorig jaar in ons team zat voorstel aan mijn (en vorig jaar ook zijn) leidinggevende, omdat ik hen het afgelopen jaar in afzonderlijke situaties tegen ben gekomen, en even vergeten was dat ze elkaar kennen, dat is absurd. Aan de éne kant pijnlijk, en aan de andere kant zo bizar, dat het het ijs breekt.

En nee, ik ben niet suf, verre van. En ja, ik weet heel goed dat ze elkaar kennen. Dit is een situatie waarin, in ieder geval tijdelijk en op dat moment, ik de anderen niet begreep, en de anderen mij niet begrepen. Toch heb ik mij daardoor niet onbegrepen gevoeld. Enigszins beschaamd, dat wel. Ik denk dat dat komt omdat mijn omgeving lief voor mij is. En omdat ik onder al mijn perfectionisme en mijn gekkigheden samen met de anderen om de miscommunicatie kan lachen.

Gezien

En toch knaagt er iets. Want jaren geleden, lang voor mijn diagnose, zei iemand dat ze ‘me wel gezien had, hoe ik ben’, en daar heb ik vreselijk om gehuild. Alsof het er mogen zijn, wat voor anderen aanschuurt tegen begrepen worden, en veel te maken heeft met zelfvertrouwen, voor mij te maken heeft met gezien worden, zoals ik ben.

Dat terwijl ik altijd mijzelf ben geweest. Waar veel vrouwen met autisme last van hebben, dat ze zich zo sterk hebben leren aanpassen aan hun omgeving, dat ze op zijn, chronisch vermoeid, depressief, letterlijk ziek, dat aanpassen heb ik nooit gekend. Ik heb altijd de vrijheid gevoeld om te zijn wie ik ben. En toch zit daar een groot pijnpunt. Dat is raar. En eng. Al bijna alsof het ingebakken zit in ons vrouw-zijn, ongeacht hoe vrouwelijk we zijn.

Ik heb mij nooit aangepast. Ik heb mij wel altijd bewapend. Met van die schouders die als een harnas om mij heen hangen. En vele beschermende vetlagen. En een tong die als een sabel iedereen die te veel contact zocht neer slaat. Alsof bewapenen hetzelfde doel dient als aanpassen: het beschermen van de eigen ruimte, van mijn ik. Mijn ik dat desondanks door iemand wordt opgemerkt.

Lijden

Dan is er nog zo’n lastig ding, waar ik niets mee kan. Namelijk lijden. En tegenwoordig, in de DSM 5, is dat losgekoppeld van het aantal kenmerken. Gelukkig. Want hoe bepaal je lijden? En hoe kenmerkend voor autisme is het lijden? Ik vind lijden zo bijbels, zo filosofisch. Lijden is zo menselijk, het begeleidt ons van wieg naar sterfbed.

Bovenal is er zoveel lijden, en het is zo persoonlijk. Ik voel mij bezwaard wanneer dit genoemd wordt in het kader van autisme. Dan denk ik aan zoveel mensen die ziek zijn, of honger hebben, of in onderdrukking leven. Dat is het probleem met lijden, er zijn altijd en overal mensen die het veel zwaarder hebben dan ik. Daarom wil ik ver daar vandaan blijven.

Toch begrijp ik het wel. Ik heb het zelf meegemaakt, meermaals, dat ik uit een groep ben gezet, omdat mijn waarheid niet overeenkwam met de waarheid van anderen, en ik nogal overtuigd was (ben) van mijn eigen gelijk. Wij autisten hebben namelijk (bijna) altijd gelijk, omdat we op inhoud communiceren en niet op relatie.

Het enige jammere is dat in die relatie, in verbondenheid, een gevoel van veiligheid kan ontstaan. En ik denk eigenlijk dat dat gevoel van veiligheid juist voor autisten extra belangrijk is. In veiligheid hoeven we ons niet aan te passen, over al onze grenzen heen. In veiligheid hoeven we geen defensielinie op te stellen in en rond ons eigen lichaam. In die veiligheid kunnen we leren zijn wie we zijn.

Daarom is de diagnose autisme misschien zo wezenlijk voor vrouwen met autisme, omdat deze als een cocon om ons heen kan komen te hangen, zodat we onszelf kunnen verwezenlijken. En ja, dat geldt ook voor mij. Al zal ik dat niet altijd toegeven.

gedachten uitdagen

Gedachten uitdagen

Weten wat de ander denkt? Vraag het!

Het is niet altijd duidelijk wat de intentie is van de ander. En wat doe je dan? Invullen. Beter zou zijn om open vragen te stellen. Wanneer kinderen met autisme leren open vragen stellen, hebben ze op volwassen leeftijd minder last van hun autisme.

Wat moeten volwassenen met autisme doen? Leren om open vragen te stellen, om hun eigen gedachten te bevragen: klopt het wat ik denk? Is het terecht wat ik denk?

Om teleurstelling te voorkomen zijn we namelijk geneigd om bij het invullen van de intentie van de ander uit te gaan van het doemscenario. Een meer rooskleurig scenario kan helpen om de interactie in een positievere flow te brengen.

Houd eens een dag bij wat je denkpatronen zijn. Wat leert dat je?

Daarvoor is het handig om een pen en papier te pakken, en je gedurende een dag of wat bij alles wat je denkt (in ieder geval elke heftige gedachte) na te gaan in welke van onderstaande categorieën deze gedachte valt. Daarna is het mogelijk om de gedachte te corrigeren. Na veel oefening hoeft dit niet meer achteraf op een blaadje, dan kan je misschien op het moment zelf de gedachte corrigeren.

Negatieve denkpatronen:

Denkpatroon Voorbeeld Gecorrigeerde gedachte
Zwart-wit denken Verkopers zijn gladde jongens en nooit te vertrouwen, ze proberen me altijd van alles aan te smeren dat, hun enige belang is hun eigen belang. Verkopers hebben kwaliteiten die meestal goed aansluiten bij mijn kwaliteiten, waardoor we een sterk team zijn als we samenwerken.
Overgeneraliseren Mensen vinden mij raar, want autisten zijn raar, en niemand neemt mij ooit serieus Mensen vinden mij uniek, daarmee geef ik hen de ruimte om op hun beurt en op hun manier uniek te zijn. Daarom  wordt vaker naar mij geluisterd dan ik denk.
Beperkt waarnemen Mijn leidinggevende vindt dat ik te vaak of niet vaak genog dingen aangeef, ik ben hem/haar tot last. (Bij navraag blijkt dit nooit waar, toch is dit iets dat ik vaak denk, ongeacht de leidinggevende). Mijn leidinggevende verwondert zich soms over hoe mijn hoofd werkt en hij/zij vindt het fijn hoe ik de dingen aangeef. Hij/zij kan mij goed inschatten, doordat ik open ben.
Rampdenken Collega krijgt een leuke klus die ik had willen hebben, daar gaat mijn kans op leuke klusjes, ik ben niet goed genoeg Collega krijgt die leuke klus, dan komt daar meer aandacht voor en is de kans groot dat ik ook iets leuks daarin mag doen. Misschien vooral die dingen waar ik echt goed in ben.
Self-fulfilling prophecy Wanneer ik een deel van mijn werk overdraag, ben ik de controle kwijt en wanneer ik de controle kwijt ben, kan ik niet meer goed mijn werk doen. Wanneer ik werkzaamheden overdraag kan ik met beter focussen op wat blijft en heb ik meer speelruimte om dingen op te pakken die ik leuk vind.
Personaliseren Een medecursist loopt boos de zaal uit, omdat ik iets verkeerd heb gezegd Een medecursist loopt boos de kamer uit omdat ze boos is, dat gebeurt soms (achteraf bleek ze inderdaad om iets heel anders boos, en had ze mij niet eens opgemerkt…)
Rationaliseren Ik heb een rotopmerking gemaakt, omdat zij… en hij… en als zij, dan…! Ik heb een rotopmerking gemaakt. Dat spijt me.

G-schema

 
[white_box]In de categorie ‘Op zoek naar de juiste interventies’:

[three_columns_one]

interventies behandeling
Op zoek naar de juiste interventies
mindfulness bij autisme
mindfulness bij autisme
gedachten uitdagen
gedachten uitdagen

[/three_columns_one]

[three_columns_one]

Overprikkeling
Overprikkeling – weten wat je voelt schema
Signaleringsplan maken
Signaleringsplan maken
energielog werkactiviteiten
Energie in je werk: meten is weten

[/three_columns_one]

[three_columns_one_last]

Diagnose ja of nee
Diagnose ja of nee
denkpatronen veranderen
Denk om!
autisme risicomanagement
autisme risicomanagement

[/three_columns_one_last][divider][/white_box]

Conflicten begrijpen

Conflicten verklaard vanuit het model van RET

Energievretend is het aantal conflicten waar ik tegenaan loop (of liever gezegd: gelopen ben) in mijn leven. Dat is kenmerkend voor autisme.

Hoe kan dat? Hoe komt het dat autisten zo vaak ruzie hebben? Heel in het kort gezegd:

  1. omdat we de intentie van de ander niet begrijpen, een slechte ToM hebben
  2. omdat we communiceren op inhoud en niet op relatie
  3. omdat we letten op details en niet op het verhaal an sich dat de ander vertelt

We horen in het verhaal van de ander dat éne woordje waar we het niet mee eens zijn, en denken dat de ander het op ons gemunt heeft, dat hij onze stelling onderuit wil halen. Of onze gedachten blijven hangen op die vreselijke taalfout in de zevende zin, waardoor we zin acht tot en met einde niet meer horen. We zien niet meer wat de ander wíl zeggen, wat de intentie van de ander is, en dat vullen we in.

Autisten vullen het, hoe gek, zal ongetwijlfeld een gevolg zijn van de vele eerdere ervaringen, zelden positief in. We denken dat de ander ons beledigt, pijn wil doen, bekritiseert of naar beneden haalt. Dat zijn onze gedachten, die roepen niet al te rooskleurige gevoelens op. En tja, de aanval is nog altijd de beste verdediging… beledigen kan ik ook. Vervolgens schrikt de ander zich te pletter, die dacht iets vriendelijks te zeggen, dan krijgt hij (of zij) van alles over zich heen waar hij in de verste verte niet aan gedacht had. Gek genoeg, wordt de ander boos. Onterecht. Natuurlijk, de ander wordt altijd onterecht boos. Zo ontstaan conflicten:

GGGGG cirkel

 

denkpatronen veranderen

Denkpatronen veranderen? Denk om!

Hoezo rigide denkpatronen?

Mensen met autisme hebben de neiging om de zaken negatief te zien, en om lang te blijven hangen in hun gedachten. Terwijl ze aan de andere kant de gave hebben om veel oplossingen te bedenken voor problemen, lijkt dit niet altijd te lukken voor de problemen die ze zelf ervaren, waar ze zelf mee te kampen hebben. Hoe kan je dat veranderen en negatieve denkpatronen op een leuke manier doorbreken?

Omdenken is niet zeggen ‘Ja, maar…’, bij omdenken zeg je ‘Ja, en…’. Het concept is uitgewerkt door Berthold Gunster op zijn website, en hij trekt het land door met theatershows, trainingen en lezingen. Op zijn site staat over omdenken:

Omdenken is denken in termen van kansen en niet van problemen. Het is een manier van denken waarbij je kijkt naar de werkelijkheid zoals die is, en wat je daar mee zou kunnen. Je gebruikt in feite de energie van het probleem voor iets nieuws. De grondlegger van omdenken is Berthold Gunster, schrijver van onder meer ‘Ja-maar® wat als alles lukt’ en ‘Huh?!…​de techniek van het omdenken’

Ik vind het een leuke manier om van negatieve gedachten af te komen. Wij hebben thuis het ‘omdenkspel’. Soms spelen we dat, samen met de kinderen, en het is vooral verrassend met welke frisse oplossingen de kinderen komen voor onze problemen. De vragen die bijvoorbeeld langs kunnen komen:

Wat raak je kwijt als je het probleem niet meer hebt?

Hou je je aan ongeschreven regels waar je ook mee zou kunnen stoppen?

Iedereen maakt de zin af: ‘Feit is dat…’ Ga hier net zolang mee door tot alle feiten benoemd zijn

Het spel (de vragenkaartjes) doet een beroep op het ‘out-of-the-box’-denken om oplossingen te vinden. Daarom denk ik dat het een zeer geschikt hulpmiddel is voor mensen met autisme. En… je kan het samen doen. Dat is niet iets wat ik gewoon ben, om samen met anderen naar oplossingen voor mijn problemen te zoeken. In dat samen doen ligt een grote meerwaarde, wanneer ik dat durf toe te staan.

https://i0.wp.com/jamaar.nl/imagehandler/shopimage/4538790621.jpg?w=604

[white_box]In de categorie ‘Op zoek naar de juiste interventies’:

[three_columns_one]

interventies behandeling
Op zoek naar de juiste interventies
mindfulness bij autisme
mindfulness bij autisme
gedachten uitdagen
gedachten uitdagen

[/three_columns_one]

[three_columns_one]

Overprikkeling
Overprikkeling – weten wat je voelt schema
Signaleringsplan maken
Signaleringsplan maken
energielog werkactiviteiten
Energie in je werk: meten is weten

[/three_columns_one]

[three_columns_one_last]

Diagnose ja of nee
Diagnose ja of nee
denkpatronen veranderen
Denk om!
autisme risicomanagement
autisme risicomanagement

[/three_columns_one_last][divider][/white_box]