Archief

Woorddenkers, beelddenkers en patroondenkers

Woorddenkers, beelddenkers en patroondenkers

Anders denken

Vanaf het eerste moment dat iemand het vermoeden uitsprak dat ik autistisch zou kunnen zijn, vielen bij mij een heleboel stukjes op hun plaats. Ik kon mezelf beter begrijpen. Ik kon plaatsen waar ik tegenaan loop en waarom. En dat vond ik heel fijn.

Echt heel fijn, omdat vanaf dat moment het makkelijker werd om mezelf te vergeven. Er gaat een helend effect uit van de ‘ontschuldiging’ na de diagnose.

Er gaat een helend effect uit van de diagnose, ik kreeg ruimte om ander te mogen denken

Die ontschuldiging heb ik heel sterk gevoeld. Aan de diagnose heb ik niet echt getwijfeld. Wel weet ik dat het een ‘spectrum-gebeuren’ is, waarbij niemand echt alle kenmerken heeft. Dat kan ook niet, want sommige kenmerken spreken elkaar tegen. En dat het niets anders is, dan een afwijking ten opzichte van het gemiddelde. De tweede standaardafwijking van de norm. Zo zie ik het: ik doe dingen anders. Niet beter, of slechter, maar anders. Ik denk anders. Dat vooral. En ik vind anders. Op zich heb ik daar geen problemen mee. Soms leidt het tot bijzondere situaties, daar heb ik vrede mee.

Niemand heeft alles

Zo is er bij mij wel degelijk sprake van wederkerigheid in contact én van contactgroei. Twee dingen die tegengesteld lijken aan de kenmerken van autisme. Het bijzondere zit hem in de vorm van de wederkerigheid, en in de vorm van de contactgroei. Bijvoorbeeld dat ik niet altijd even goed weet wat ik moet zeggen/doen, of dat wat ik denk dat goed is niet ‘algemeen’zo gedacht wordt. Maar dat ik heeeeel goed kan analyseren, en als ik gelegenheid heb om over dingen na te denken, heel goed een gepaste reactie kan geven, een brug kan maken tussen mijn ‘gepaste antwoord’ en het ‘algemene gepaste antwoord’. Vooral wanneer ik uitgerust ben.

Maar wanneer ik verrast wordt, zeker als de vermoeidheid toeslaat, dan kan ik niet altijd op een gepaste wijze reageren. Dat heet schakelen. Ik kan niet schakelen. Maar ook daarvoor heb ik veel work-arounds gevonden voor mezelf, zodat ik daar relatief weinig last van heb.

Ik heb empathie, een goed ontwikkelde affectieve empathie. Mijn cognitieve empathie is daarentegen laag

En dan die immer genoemde empathie. Ik heb best empathie. Wanneer iemand vertelt dat zijn kind morgen wordt geopereerd, kan ik daarvan wakker liggen, bijvoorbeeld. Ik kan heel goed meevoelen. Het enige wat ik niet heb, is dat ik mensen kan lezen. Ik weet niet zo heel goed bijvoorbeeld wanneer iemand is uitgesproken (daarom praat ik altijd en overal door iedereen heen, hetgeen ikzelf ook zeeeer storend vind, want een fractie van een seconde later weet ik al dat mijn timing misplaatst was). En zeker mensen die ik langer ken, die gaan mij aan het hart. Vandaar de contactgroei.

Ik ben een patroondenker en doorzie sociale patronen

Autisme heeft voor mij vooral ook veel positieve dingen. Eén daarvan is dat ik zoals genoemd goed kan analyseren. Een andere is dat ik een patroondenker ben, waardoor ik goed sociale verhoudingen en sociale interacties in kaart kan brengen. En ik ben voorspelbaar. Dat is iets dat mijn omgeving bijzonder aangenaam vindt (zeggen ze desgevraagd).

Een heleboel last is situationeel, heb ik het afgelopen jaar geleerd. Wanneer je de situatie zo weet aan te passen, dat deze past bij wat jij nodig hebt, waar jij gelukkig bij bent, dan hoeft ASS geen lASSt te zijn, maar kan het een bron van kwaliteiten zijn waar je uit kan putten.

Kwaliteiten die nodig zijn.

In haar lezingen en haar boeken vertelt Temple Grandin over drie soorten denkers binnen de groep autisten:

  • Foto-realistische beelddenkers
  • Patroondenkers (kunnen beelddenkers zijn of woorddenkers)
  • Woorddenkers

Deze lezing is van Temple Granding aan de University of Michigan over beelddenken en patroondenken. Het duurt meer dan een uur, de eerste 10 minuten zijn een uitgebreide introductie, daarna is het zondermeer een must-see, hoewel in het Engels (onvervalst Texaans):

 

 

Voor wie liever in het Nederlands meer wil weten over de specifieke kwaliteiten van denken in foto’s:

http://www.npowetenschap.nl/programmas/labyrint/labyrint-tv/2013/oktober/Temple-Grandin.html

Wat ben jij?

Een woorddenkers, een beelddenker of een patroondenker?
Heb je een goed visueel geheugen, leer je makkelijk rijtjes woordjes als je ze ziet, als jij een rij getallen krijgt zie je dan in één oogopslag waar de afwijking zit, denk je bij ‘appel’ aan het concept appel of zie je een appel voor je, kan je makkelijk mooie foto’s maken, en gedichten en bijvoorbeeld beelden boetseren zonder model, weet je altijd waar iedereen alles laat slingeren, et cetera? Vallen details je op, bijvoorbeeld of iemand nieuwe oorbellen heeft, of twee verschillende sokken?

Het is van belang te weten wat voor denker je zelf bent. Wat voor denker je kinderen zijn, je werknemers, je collega’s. Elke denkstijl heeft namelijk zijn eigen specifieke sterke kanten. Een denkstijl zegt iets over hoe je iemand in haar/zijn kracht kan zetten. Zelf houd ik bijvoorbeeld enorm van het maken van mindmaps. Er zijn veel autisten die daar goed in zijn. Er zijn ook autisten die daar absoluut niet van houden. En er zijn neurotypici die er wel goed in zijn. Waar het om gaat, is niet om naar de verschillen tussen de groepen te kijken, maar naar de kwaliteiten op individueel niveau.

Alles over beelddenken vind je op deze site:

woorddenker of beelddenker
Alles over beelddenken op de site van www.ikleerinbeelden. nl

 

Gekristalliseerde-intelligentie en vloeibare intelligentie

En dan is er nog iets: vloeibare intelligentie. De klassieke ‘intelligentie’ zoals die gemeten werd, was vooral gestoeld op ‘leren uit ervaring’. Mensen die makkelijk en snel leren door te herhalen, die een trucje geleerd hebben dat ze kunnen toepassen, scoren sneller hoog op de reguliere IQ-test, waarbij opvoeding en omgeving een grote invloed heeft, en die daarom zowel sekse als cultuur bias is.

Maar er is nog een vorm van intelligentie: vloeibare intelligentie. Wat is dat? Vloeibare intelligentie is de capaciteit om logisch te denken en problemen op te lossen in nieuwe situaties, onafhankelijk van opgedane kennis. Of zoals Wikipedia het omschrijft: het is inzicht gebaseerd op abstract denken. Gekristalliseerde-intelligentie daarentegen is inzicht gebaseerd op ervaring.

Vloeibare intelligentie, het out-of-the-box kunnen denken, is dat typisch voor autisten?

Lange tijd is geroepen dat autisten lager scoren op vloeibare intelligentie. Tegenwoordig blijkt uit onderzoek juist het tegenovergestelde. Recent onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat kinderen met Asperger hoger scoren op vloeibare intelligentie dan leeftijdgenoten met dezelfde leeftijd en IQ (Mika Hayashi, Motoichiro Kato, Kazue Igarashi, Haruo Kashima). Vloeibare intelligentie is eigenlijk hetzelfde als het out-of-the-box kunnen denken. Een eigenschap die tegenwoordig toegeschreven wordt aan autisten met een gemiddelde of hogere intelligentie.

Het probleem volgens mij bij al die onderzoeken is dat de verschillen binnen de populaties groter zijn dan de verschillen tussen de populaties. Dat komt omdat het een spectrum is, waar uiteindelijk iedereen zich ergens bevindt. Zelfs diegenen die bij lange na geen autisme hebben, zitten ergens op de normaalverdeling.

En zo houdt alles met alles verband. Een beelddenker met bovenmatige vloeibare intelligentie zal als Belbin-type een Plant zijn, en zich in die teamrol als een vis in het water voelen. Terwijl een woorddenker met sterke kristal-intelligentie juist goed is als Bedrijfsman. Zo heeft elke denkstijl overeenkomsten met team-rollen, die allemaal stuk voor stuk nodig zijn om een optimale organisatie of samenleving te runnen. Daarom, hoezeer het ook tegen je aard in gaat: leer samenwerken en leer open vragen stellen. Zeker wanneer je kinderen hebt met autisme: leer ze samenwerken en leer ze open vragen stellen. Dat is dé sleutel tot een plekje die bij hun kwaliteiten past.

Nog even terug naar de woorddenkers en de beelddenkers

Beeld-denker goeroe Dan Roam heeft op YouTube leuke filmpjes staan over de hoe je ideeën kan visualiseren. Niet autisme-specifiek, toch zeer interessant. Wel in het Engels.

Over beelddenkers en woorddenkers:

 

Over patroonherkenning:

Het HALO-effect

Waarom kan je dit niet, als je daar goed in bent?

Het HALO-effect is een valkuil om serieus rekening mee te houden.

Het is de autisme-variant van het Peter-principe:

In een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie.
(In het oorspronkelijke Engels: In a hierarchy every employee tends to rise to his level of incompetence.”)

Mensen met autisme hebben rigide en extreme vaardigheden. Niet alleen de idiot-savants onder ons. We – als in de menselijke soort- zijn geneigd om te categoriseren, om vaardigheden die bij elkaar horen in hokjes te stoppen. Bijvoorbeeld de vaardigheden ‘Wiskunde’ en ‘Natuurkunde’ zitten bij elkaar in een hokje. Of de vaardigheden ‘breien’ en ‘haken’. Toch is het helemaal niet zeker dat iemand die het éne kan, automatisch goed is in het andere.

Wanneer je goed bent in het éne, gaat men ervan uit dat je ook uitblinkt in het andere. De verwachtingen zijn onterecht hoog

Mensen dichten andere kwaliteiten toe aan mensen, op basis van de kwaliteiten die iemand laat zien Wanneer de toegedichte kwaliteiten ontbreken of niet werken zoals verwacht, heet dat het ‘HALO-effect’. Een bekend voorbeeld hiervan is wanneer een ‘specialist’ zo goed is in zijn vakgebied, dat hem een managementfunctie wordt aangeboden. Maar managementvaardigheden zijn niet gelijk aan specialisten-kennis. Bovendien doet een managementfunctie een grotere aanspraak op sociale vaardigheden, en gaat deze vaker gepaard met een heleboel stress-factoren, zoals vergaderingen, deadlines, netwerken en het voeren van moeilijke gesprekken.

Wanneer je een hele goede bent in je huidige functie, betekent dat niet automatisch dat je geschikt bent voor de daarboven liggende functie. Daarom kan het HALO-effect funest zijn voor je carrière.

HALO effect
Het HALO-effect en veel andere inzichten en tips staan in het boek ‘Asperger’s on the job’ van Rudy Simone

Hoe voorkom je dat mensen je onderschatten of overschatten?

  1. Ken jezelf, leer wat je sterke kanten zijn en wat je valkuilen zijn
  2. Wees open over je sterke kanten. Wees tevens reëel en open over je valkuilen. Een organisatie vindt het fijn als ze op je kunnen rekenen, hier valt ‘open zijn’ ook onder
  3. Zet het idee dat je ‘carrière moet maken’ uit je hoofd. Komt het, dan komt het, of niet. Plezier hebben in je huidige functie is zoveel belangrijker dan hogerop komen. Misschien komt het dan vanzelf, wanneer het bij jou hoort. Ik weet van mensen met autisme in een leidinggevende positie, niets is uitgesloten, alles weloverwogen
  4. Zoek naar manieren waarop je je sterke kanten zoveel mogelijk benut, zonder dat je in je valkuilen hoeft te stappen. Wil je een junior coachen? Vraag of je dit mag doen vanuit je huidige functie en senioriteit, zonder dat je zelf leidinggevende wordt. Wil je taken hebben waar je uitzonderlijk goed in bent, die bij een functie horen met mede taken waar je minder goed in bent, zoek naar iemand met aanvullende kwaliteiten en doe het samen!

Werk samen!

Samen werken is misschien de meest belangrijke vaardigheid die we als autist moeten leren. Kunnen samenwerken betekent namelijk dat je kan compenseren voor al je andere tekortkomingen, omdat je je hierin kan laten helpen en leiden door anderen die hier wel goed in zijn.

Intrinsieke motivatie

Een ongekende drive

Waarom werk ik alleen op intrinsieke motivatie? Waarom werk ik sowieso op intrinsieke motivatie, en val ik stil bij te veel extrinsieke motivatie? Hoe komt dat en hoe kan dat? Is hier een wetenschappelijke verklaring voor?

Kinderen met autisme zijn minder gevoelig voor beloning en straffen, blijkt uit onderzoek. Dat zou erop kunnen wijzen, dat kinderen met autisme minder goed extrinsiek te motiveren zijn.

Uit Wikipedia:

Volgens de zelfbeschikkingstheorie is extrinsieke motivatie de motivatie die ontstaat vanuit een externe bron, bijvoorbeeld het vooruitzicht op een beloning of een straf bij een bepaalde handeling. Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie vanuit de persoon zelf. Deze handelt niet om een externe beloning te bemachtigen of een straf te ontkomen, maar vanwege de intrinsieke waarde van de activiteit op het moment zelf of voor het behalen van een doel in de toekomst[2]. Metaforisch beschreven: bij intrinsieke motivatie draait het om het spel, en bij extrinsieke motivatie om de knikkers.

Intrinsieke motivatie is benodigd om in een zogenaamde flow te raken.

Verschillende wetenschappelijke onderzoeken wijzen op verschillen tussen gedrag dat ontstaat vanuit extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn voor een bepaalde handeling vertonen volgens wetenschappelijke onderzoeken[2]:

  • Een hoger concentratieniveau
  • Meer creativiteit. Dit zou onder andere komen door een verhoogd concentratieniveau, hogere bereidheid tot het nemen van risico’s, het speelser zijn en het flexibeler verkennen van cognitieve paden[3]
  • Grotere gevoelens van zelfcompetentie en trots
  • Meer plezier tijdens het uitvoeren van hun taak

Extrinsieke motivatie kan niet intrinsiek gemotiveerde mensen in beweging brengen. Een nadeel is echter dat het vooruitzicht op een beloning of straf moet blijven bestaan, anders werkt de extrinsieke motivatie niet. Intrinsieke motivatie kan onafhankelijk van externe invloeden plaatsvinden en kan in bepaalde opzichten dus als duurzamer gezien worden. Ten voorbeeld: een leerling die door nieuwsgierigheid intrinsiek gemotiveerd is om te leren, zal ook doorgaan met leren als de strenge docent het lokaal uitloopt.

Veel van de verklaringen die gegeven worden voor de intrinsieke motivatie zijn ‘nurture’. Maar nurture verklaart niet alles. Het verklaart niet waarom kinderen met autisme niet te motiveren zijn met ‘moeten’, noch door te straffen, noch door te belonen. En het verklaart niet mijn enorme weerstand wanneer ik ergens toe gedwongen word, zelfs als dit taken zijn die ik leuk vind en doorgaans uit mezelf doe.

Het kan niet anders, of een deel ligt in de ‘nature’. The obvious, dat extrinsieke motivatie (moeten) een consequentie (beloning/straf) in de toekomst heeft, terwijl het verband dat NT-ers proberen te leggen niet het verband is dat autisten leggen, wegens een afwijkende ToM, contextblindheid of welke schone termen daaraan gegeven worden. Mensen met autisme koppelen doorgaans een ‘uitgestelde’ beloning of straf niet aan het gedrag van dit moment. Er ontstaat zo geen relatie tussen gedrag en beloning, wat de basis is van extrinsieke motivatie.

Deze ideeën worden vrij duidelijk uitgelegd in deze presentatie:

Motiveren bij mensen met autisme – Autisme Centraal

“Geen druk & niets moeten” is niet zomaar een gevoel, mijn gevoel zegt dat dat symptomatisch is, dat dat heel dicht tegen de kern aan ligt van wat we autisme noemen.

Elk nadeel heb zn voordeel

Zwart/wit bestaat niet

De voordelen van autisme zijn misschien wel even subjectief als de nadelen. Ik ervaar zelf veel voordeel van mijn autisme. Bijvoorbeeld (en de lijst is eindeloos):

  1. Doordat ik recht door zee ben en altijd op dezelfde manier reageer (rigide) ben ik goed voorspelbaar voor anderen. Mijn partner en kinderen vinden dit fijn, omdat het een vorm van veiligheid is (aldus bij navraag)

  2. Door mijn autisme heb ik een goed oog voor details. In nagenoeg alle kunstuitingen gaat het om details. Of zoals schrijvers zeggen: God zit in de details. 

  3. Door mijn autisme ben ik zeer gestructureerd en kan ik goed gestructureerd denken, waardoor ik makkelijk situaties en problemen analyseer

  4. Door mijn autisme sta ik ver af van conventies en mis ik meestal “wat hoort”, waardoor ik vaak met verrassende oplossingen en ideeën voor de dag kom (het out of the box-denken)

  5. Doordat alle prikkels bij mij sterk binnen komen ruik ik in een vroeg stadium wanneer mijn kinderen iets onder de leden hebben en kan ik tijdig maatregelen nemen, waardoor ze zelden ziek zijn

  6. Door mijn autisme en mijn afkeer van veranderingen doe ik zeer lang met mijn vriendschappen en met mijn werkgevers

Enzovoort. 

Veel hangt af van wat er verder op je pad komt/is gekomen. Het autisme zelf is niet de enige factor die bepaalt hoe we zijn. We zijn zoveel meer nog dan ons autisme.

Wat de nadelen van autisme betreft, ik vind niet zoveel dingen erg aan mezelf, ben redelijk tevreden. 

  1. Meer energie hebben is wel een wens

  2. Beter kunnen loslaten en niet overal in blijven hangen terwijl de rest al zeven stappen verder is, staat ook op mijn verlanglijstje

  3. Weten wanneer de ander is uitgesproken had me een fijne vaardigheid geleken. Maar ja, je kan niet alles hebben.

Grap of niet? Autisten-humor!

Maar jij hebt gevoel voor humor…

Hebben autisten gevoel voor humor? Jazeker, mensen met autisme kunnen een zeer verfijnd gevoel voor humor hebben. Of een plat gevoel voor humor, of een bulderend gevoel voor humor.

Kort na mijn diagnose begon ik aan mijn gevoel voor humor te twijfelen. Zoals ik aan alles van mezelf begon te twijfelen. De psychologe die mij getest had was heel aardig, ze heeft me ook nog opgemonterd, want ik zag mezelf wel heel zwart na alle checklists van anderen over mijn onvolkomenheden. Ze zei dat ik prettig ben in het contact, vriendelijk, betrokken en gevoel voor humor heb. En me geen zorgen hoef te maken.

Woordgrapjes

Gevoel voor humor? Ja! Een ander soort humor? Ja!

Het meeste houd ik van woordgrapjes. Van dingen letterlijk nemen, die niet zo letterlijk bedoeld zijn. Een foto zoals hierboven vind ik echt humor. Daar kan ik smakelijk om lachen. Dagelijks maak ik mee dat ik dingen verkeerd begrijp, omdat ik ze te letterlijk neem. Meestal kan ik er achteraf de humor wel van inzien, vaak is het gewoon ook grappig. Wat ik doe is er op terug komen (anders blijft het enorm hangen bij mij) en er dan samen met de ander om lachen. Dat werkt voor mij goed, omdat ik zo ondanks mijn onhandigheid toch in staat ben om een verbinding met anderen te maken.

Beelddenkers

De andere vorm van humor, die denk ik eigen is aan autisme, zijn beeldende grapjes. Dingen die niet kloppen, cartoons, karikaturen.

autisten humor

De kracht van de herhaling

Wanneer ik zelf een grap maak, vind ik het leuk als er herhaling in zit. Wanneer een ander een grap maakt, kan ik heel kriegelig worden van de herhaling. Toon Hermans had daar een handje van, ik kon daar niet naar luisteren. Zijn stem en zijn herhalende humor riepen een enorme weerstand bij mij op.

“Normale” humor

Wat ik absoluut niet grappig vind, wat voor mij geen humor is, dat zijn bloopers. Van die video-homefilmpjes waarin het kind over de hond struikelt en ze allebei in paniek spartelend in een badje belanden. Dat vind ik zielig. Dan zeggen ze dat autisten geen empathie hebben, ik vind het wreed om die beelden openbaar te maken en daar met hele volksstammen hard om te lachen. Ik ben blij dat mijn ouders nooit blooper-filmpjes van mij hebben gemaakt, en ze al zeker niet hebben opgestuurd.

Meer lezen over autisme en humor door een autisme-deskundige klik hier!

Meer lezen over autisme en humor door een ervarings-deskundige klik hier!